Kenniscentrum

Begijnhoven komen sinds de dertiende eeuw vooral in de Nederlanden voor. Het is de woon- en werkplaats van een zelfstandige gemeenschap van individuele begijnen. Een begijnhof is geen klooster en een begijn is geen zuster. Een begijn is een alleenstaande vrouw of weduwe, soms met kinderen. Een begijn legt geen “eeuwige geloften” af. Ze doet slechts de twee eenvoudige beloften dat zij een zuiver (geloofs)leven leidt en dat ze gehoorzaamt aan de – democratisch uit eigen kring gekozen – juffrouw meesteres. Een begijn is volstrekt vrij om het begijnhof weer te verlaten en legt, mede daarom, geen gelofte van armoede af. Ze behoudt haar eigen bezit, kan erven en schenken en blijft verantwoordelijk voor haar eigen levensonderhoud en -keuzes. Sommige begijnhoven, zoals die van Brugge en van Gent, ontwikkelden zich tot grote wooncentra voor wel honderden begijnen die binnen die steden een aparte plaats innamen en die door hun belangrijke economische activiteiten soms zelfs in concurrentie traden met de ambachtsgilden. De begijnhoven beschikten al vroeg over een infirmerie, een instelling waar onder andere zieken en bejaarden werden verzorgd. Van verschillende begijnen is bekend dat zij als (geestelijke) verzorgsters in hospitalen en leprozerieën werkten. Sommige begijnhoven beschikten in de dertiende eeuw al over een eigen hospitaal.

De dertiende eeuw was de grootste bloeitijd van de begijnenbeweging die zich over een deel van Europa uitspreidde. De beweging heeft tot in de 21e eeuw echter alléén in het gebied van de vroegere Nederlanden stand gehouden en dan met name op die plaatsen waar de begijnengroepen zich in besloten begijnhoven vestigden. Maar ook in het gebied dat we nu kennen als Nederland en België kampte de begijnhoven met grote problemen. In Nederland werden ten tijde van de reformatie, op twee na, alle oorspronkelijke, middeleeuwse katholieke Begijnhof-rechtspersonen opgeheven. Dat heeft ertoe geleid dat ook deze begijnhofcomplexen vrijwel allemaal zijn verdwenen. Alléén in Amsterdam en in Breda zijn de begijnhoven volledig bewaard gebleven, in andere steden gedeeltelijk en in weer andere steden leeft de herinnering aan het begijnhof van weleer slechts voort door de aanwezigheid van een straatnaambordje. Veel Nederlandse hofjes kunnen feitelijk worden gezien als opvolgers van de begijnhoven.

In de Franse Tijd werden door keizer Napoleon alle oorspronkelijke Belgische Begijnhof-rechtspersonen opgeheven en hun goederen verbeurd verklaard. Tot op vandaag zijn deze gebouwencomplexen nog vaak eigendom van de overheid. In België zijn nog meer dan 20 volledige begijnhofcomplexen bewaard gebleven. Dertien hiervan verwierven in 1998 gezamenlijk een vermelding op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.

De laatste traditionele begijn ter wereld, juffrouw Marcella Pattyn, overleed in 2013 in Kortrijk. In Duitsland blijkt de beweging echter te herleven. Sinds 2004 hebben meer dan 500 vrouwen opnieuw gekozen voor een leven als begijn. Voor hen zijn sindsdien 13 nieuwe begijnhoven gerealiseerd. Ook in België, Frankrijk en Italië en zelfs in Amerika zijn recent begijnengemeenschappen opgericht.