De inkomsten en uitgaven van begijnen en van het Begijnhof

Uit het gestelde op de pagina betreffende het verschil tussen begijnhoven en kloosters volgt dat de financiële begroting van een begijnhof volledig afwijkt van die van een klooster. Op een begijnhof zijn immers evenveel zelfstandige huishoudens als er huisjes zijn en de kosten van die zelfstandige huishoudens raken niet de financiën van het Begijnhof zelf.

Voor wat betreft de afzonderlijke begijnen gaat het om de inkomsten en uitgaven van hun huishouding. De inkomsten van een begijn bestond uit:

  • financiële steun van de familie
  • inkomsten uit werkzaamheden
Begijnen hebben voor hun levensonderhoud altijd enige vorm van handarbeid verricht.

Bij deze werkzaamheden ging het om eenvoudige handarbeid zoals wassen en strijken, borduren, kantwerk, stoppen en herstellen van kleding. Daarnaast om ziekenzorg zowel in de infirmerie van het Begijnhof als bij particulieren thuis. Daarnaast vormen van gezinszorg. Basisonderwijs voor kinderen, bewaarschool voor kleuters, huishoudonderwijs/ lessen in fijne handwerken voor jonge meisjes. Enkele begijnen deden ook nog betaald werk voor het Begijnhof zoals de meesteres zelf, maar daarnaast een koster, portier, bepaalde werkzaamheden in de kerk, organiste, enz. Daarnaast zullen ook armlastige begijnen tegen een vergoeding werkzaamheden hebben verricht voor een meer bemiddelde begijn op het hof.

Kinderopvang en basisonderwijs aan kinderen behoorde tot de economische activiteiten van enkele begijnen van het hof.

De kosten van de huishoudens van de begijnen zullen zeer beperkt zijn geweest. De meesten leefden zeer sober. Overigens moesten de begijnen zelf hun eigen woning onderhouden, hetgeen overigens vaak weinig of niet gebeurde.

Voor wat betreft de kosten en inkomsten van het Begijnhof zelf het navolgende.

De kosten van het Begijnhof betroffen het onderhoud van de gemeenschappelijke ruimten zoals hof, waterpompen, begijnenzaal, toiletgebouw en met name de kerk met pastorie. Daarnaast de kosten verbonden aan het gebruik, aankleding en verwarming van de begijnenzaal en de inrichting, verwarming van de kerk en de daarin gehouden diensten. Een belangrijke post was voorts de salariskosten van de pastoor. Daarnaast zal ook de meesteres kosten hebben gehad voor boekhouding, secretariaat en representatiekosten.

Daarnaast moesten uiteraard ook betaald worden de hiervoor vermelde diensten die sommige begijnen aan het hof verleenden.

Tegenover deze kosten stonden inkomsten.

Iedere begijn die intrad bij het hof moest een bedrag betalen van aanvankelijk 1000 gulden, hetgeen in die tijd een aanzienlijke som was. Met betaling van dat bedrag verkreeg de begijn het levenslange gebruikrecht van een huisje op het hof waarvoor dan ook geen huur betaald hoefde te worden. Naar mate van vrouwen die intraden als begijn niet langer sprake was viel deze bron van inkomsten weg.

Voorts verleende het Begijnhof als zodanig ook diensten zoals het verzorgen van een zogenaamde jaargetijde op het graf van een persoon die overleden was. Op de sterfdag werd dan dat graf bezocht door de meesteres met een aantal begijnen die daar een bidplechtigheid verzorgden. Zie het jaargetijdenregister van het Begijnhof. Later werden dit soort plechtigheden ook in de eigen kerk verzorgd.

Voorts had het Begijnhof gronden die werden verpacht en cijnzen en gelden die jaarlijks rente opbrachten.

Daarnaast heeft het Begijnhof ook inkomsten genoten uit hoofde van beneficia – geregelde diensten in de kerk waarvoor eerder kapitaal was geschonken – en voorts eenmalige schenkingen zoals bijvoorbeeld de schenking van gronden waarop in 1267 het eerste begijnhof is gebouwd.

De financiële administratie van het Begijnhof vanaf 1503 tot op heden is vrijwel volledig bewaard gebleven. Deze financiële administratie maakt deel uit van het archief dat volledig is gedigitaliseerd en via het gemeentearchief digitaal geraadpleegd kan worden. De heer Snijders heeft een uitvoerige schriftelijke inventarisatie van dit deel van het archief gemaakt hetgeen een medio 2019 beschikbaar is gekomen. Thans wordt een groep van personen gevormd die een boek gaat schrijven over dit materiaal.