Pastoor Ooms en Celine Verstrijnge

Pastoor Ooms ontvangt samen met begijnenmeesteres Holtzer in 1976 koningin Juliana op het Begijnhof. Tussen de pastoor en de koningin staat Celine Verstrijnge. Foto: Hans Chabot.

Op Tweede Kerstdag 1964 ontving pastoor Ooms van mgr. de Vet het bericht dat hij was benoemd tot pastoor van het Begijnhof, waar hij op 8 januari 1965 werd geïnstalleerd. Pastoor Ooms trof een uitstervende begijnengemeenschap aan. Er waren in 1965 nog maar 11 begijnen. Zij hadden een gemiddelde leeftijd van 71 jaar, de meesteres was 76 jaar. Hij trof eveneens een zwaar onderkomen gebouwencomplex aan. Ook de pastorie waarin hij mocht gaan wonen verkeerde in een slechte staat. Nieuwe bestuursleden, onder voorzitterschap van pastoor Ooms, droegen zorg voor een algehele restauratie van het begijnhof (1967-1980). Pastoor Ooms is bij de uitoefening van zijn taken altijd bijgestaan door zijn huisgenote, Celine Verstrijnge. Samen hebben zij bijzonder grote verdiensten gehad voor het begijnhof en het pastoraat aldaar. In de periode 1965-1997 waren zij betrokken bij 3.625 dopen, 5.705 huwelijken, 690 jubilea-vieringen en 200 uitvaarten. 85% van deze vieringen zijn gecelebreerd door pastoor Ooms. Behoudens de dopen heeft Celine bij ruim 80% van deze vieringen (solo) gezongen. Voor haar verdiensten ontving ze in 1990 de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice terwijl pastoor Ooms in dat jaar werd benoemd tot Hofmeester. Vanwege het emeritaat van de pastoor verlieten zij het begijnhof op 1 september 1997. Ook na het overlijden van pastoor Ooms, op 19 juli 2000, is Celine contact blijven houden met het Begijnhof. Het bestuur heeft haar in 2021 geëerd met de titel Hofdienaar. Vele Bredanaars herinneren zich Celine Verstrijnge nog van haar solozang tijdens hun eigen huwelijksviering.

AVE MARIA VAN BACH-GOUNOD, GEZONGEN DOOR CELINE VERSTRIJNGE